in

The Order 1886 review – Ja, dit is een game


Vooruitgang. Is het revolutie of evolutie? Vorm of functie? Gameplay of eye-candy? Sublieme visuele details en lichteffecten of 1080p 60fps? Vrijheid en online-elementen of kwaliteit op platgetreden paden? Een product met bergen DLC in het vooruitzicht of een afgeronde game bij release? Jouw antwoorden bepalen of je The Order: 1886 een goede game gaat vinden.

Ontwikkelaar Ready at Dawn laat namelijk veel aan persoonlijke smaak over. Technisch gezien is er bar weinig aan te merken op The Order: 1886. De game vertelt een tof verhaal en neemt daar voldoende tijd voor (een kleine tien uur op Hard als je, net als ondergetekende, de hoekjes uitpluist voor extra’s en af en toe oponthoud oploopt omdat je weer over je kaak struikelt na de zoveelste adembenemende vista) zonder dat het ooit zijn shooter-genen uit het oog verliest. The Order: 1886 is niet het quick-time-festijn waar je voor vreesde en, nee, je zit niet alleen naar filmpjes te kijken. Originaliteit in gameplay is ver te zoeken, maar de game maakt dat ruimschoots goed met zijn unieke setting.

Er zijn piemels
Die setting is als volgt. Zoals de titel al subtiel weggeeft schrijven we 1886, maar dan net even anders dan we kennen uit onze geschiedenisboeken. De Industriële Revolutie trapte zijn gaspedaal wat dieper in, waardoor vriend en vijand met geavanceerd wapentuig rondloopt. De ridderorde van Koning Arthur heeft een verzameling afstammelingen die dankzij het mysterieuze Blackwater eeuwen in plaats van decennia leven, en die vanuit de coulissen zorgen voor orde in het Britse koninkrijk. En net nu er een soort van status quo is met de weerwolfachtige ‘halfbreeds’ (niet vragen, gewoon geloven), begint het plebs uit de arme buurten zich te roeren. Londen staat op springen en jij, Sir Galahad, zit er middenin. Ready, set, action!

Het avontuur dat Galahad en zijn koene ridders doorlopen is filmisch van opening tot aftiteling. Ontwikkelaar Ready at Dawn heeft goed gekeken naar de collega’s van Naughty Dog en vertelt zijn verhaal op het juiste tempo. Spektakel wordt afgewisseld met rustige momenten, het plot ontvouwt zich zoals een plot zich graag laat ontvouwen en de cast krijgt de tijd om zich te ontwikkelen tot meer dan een stel goed belichte pixels. Suspense of disbelief is geen probleem; The Order neemt weinig tijd om zijn bijzondere setting uit te leggen, die ís er gewoon. De hoofdpersonages verbazen zich niet over een halfbreed meer of minder – onderkoelde Britten, he – dus waarom zou jij dat wel doen? Dat werkt, net als de volwassen benadering die The Order hanteert. Er zijn borsten, er zijn piemels, bloed en ingewanden vloeien, maar nergens wordt er puberaal om gegiecheld.

Dit wordt een serie

Zonder ook maar iets te verklappen over de inhoud: rond de finale wordt wel duidelijk dat The Order: 1886 een vervolg gaat krijgen. De game heeft geen open einde, maar zet wel alle elementen in stelling voor het startschot van een sequel.

Zonder te spoilen: op de helft van de game is er een flinke kentering. Na een tuimeling van het lot verschuift de toon van Brits droog naar Amerikaans melodramatisch, van welgemanierd converseren naar volumeknop standje Kratos, en van bovengronds licht naar underground-duister. Dat kan, maar daarmee raakt The Order: 1886 wel wat van zijn eerdere dynamiek kwijt. Galahad is toffer als onderkoelde gentleman dan als eenzijdige schreeuwlelijk, en het pad dat hij volgt wordt visueel eentoniger.

Lekker spelen
Wat er ook gebeurt, je voelt je van begin tot eind speler, geen toeschouwer. Cutscenes zijn nergens van Metal Gear-lengte, quick-time events worden efficiënter ingezet dan wanneer David Cage zich ermee zou bemoeien en er is geen gebrek aan actie en stealth. The Order: 1886 is geen Dear Esther, maar een shooter. Eentje van het oude stempel, dat wel. De game schotelt je geen diepgaand RPG-systeem voor waarin Galahad nieuwe vaardigheden leert bij elk nieuw level dat hij bereikt dankzij de punten die hij scoort bij elke rebel die hij omlegt, enzovoorts, enzovoorts. Galahad leeft al een paar honderd jaar, die is allang uitgeleerd.

In een tijd waarin elke game wel een levelsysteem heeft (vooruitgang of gewoon mode? U mag het zeggen) voelt die klassieke benadering verfrissend. Je krijgt een gun, een afgebakend stuk map en honderd plekken om dekking te zoeken, en je toont je skills maar gewoon tegenover de tegenstanders die van alle kanten op je af komen rennen. Tactiek is er in de vorm van wapenkeuze: ga je voor die knalharde shotgun of snipe je de headshots bij elkaar op lange afstand. Behalve het standaardarsenaal heeft The Order een aantal extreem brute speciale wapens in de aanbieding, zoals een oplaadbare arc-gun die elektriciteit schiet (met dank aan Nikola Tesla himself) en een geweer waarmee je thermiet rondstrooit en er een vonk op afvuurt om de boel in lichterlaaie te zetten.

Shootouts volgen telkens hetzelfde stramien, maar worden naarmate de game vordert op natuurlijke wijze moeilijker. Je begint met een stel dwaze rebellen, neemt het vervolgens op tegen een grotere verzameling goed georganiseerde rebellen en krijgt het daarna aan de stok met de bobby’s, met hun beter getrainde triggerfingers. Tussendoor sluip je door een stel weinig vergeeflijke stealth-stukken en moet je zien te overleven tussen bloeddorstige halfbreeds. Aangevuld met indrukwekkende set-pieces en momenten waarop je ongestoord door de omgeving wandelt, houdt The Order: 1886 zo het frisse gevoel tot het einde vast. Nieuw is het niet (de Gears of War-vergelijking is, terecht, al vaak gemaakt), degelijk wel.

Triomf in techniek en vormgeving
‘Degelijk’ is daarentegen een regelrechte belediging voor het uiterlijk van The Order: 1886. Boek maar vast een afspraak bij de oogarts, want je netvliezen verschroeien bij de oogverblindende schoonheid die de game op het scherm knalt. The Order: 1886 is een triomf in techniek en vormgeving, en de eerste keer dat de PlayStation 4 echt aan het werk gezet wordt. Met dertig frames per seconde (boeie) wordt een hyperrealistisch Londen geschetst waar je bij tijd en wijlen stil móet blijven staan, om uit respect te salueren naar ontwikkelaar Ready at Dawn. Je kijkt niet langer naar een televisie, maar naar een raam waar je, als dat Londen niet werd geteisterd door kogelregens en weerwolven, zo doorheen zou willen stappen. The Order is een tijdmachine naar een 1886 dat nooit bestaan heeft.

Omdat beelden in dit geval luider spreken dan woorden (check de trailers en geloof je ogen), houden we het hier kort en belichten we slechts de belichting. Nog nooit wist een game élk stukje texture, élke polygoon, élke neushaar zo te laten reageren op de verschillende lichtbronnen in de omgeving. Duw langzaam een kar door een mijnschacht en de zwakke peertjes storten hun gloed uit over de vezels en vouwen van je tuniek. Wandel door een gang en via het raam belicht de invallende zon elk steentje op de mozaïeken vloer apart. Kijk naar de horizon en zie hoe diezelfde zon ondergaat en een vuige havenwerkplaats omtovert tot ansichtkaart.

Verwend

Gewoon slecht of zijn we te verwend? The Order: 1886 is zó mooi dat elk gemis opvalt. Personages reflecteren bijvoorbeeld niet in glas en waterplassen. Klinkt als een detail, maar het verstoort lichtjes de illusie die de graphics weten te schetsen. Ook zijn de gezichtsanimaties wat game-y vergeleken bij wat we inmiddels gewend zijn van het emotionele machtsvertoon van The Last of Us.

Dat fotogenieke dankt The Order: 1886 net zo goed aan de vormgevers van Ready at Dawn. De game leidt je met name tijdens zijn eerste helft langs toeristische attracties die in een Lonely Planet niet zouden misstaan; vooral een verlaten ziekenhuis, een immense zeppelin en enkele vergezichten over de stad spreken tot de verbeelding. Met oog voor minutieus detail zijn interieur en exterieur in elkaar gezet, zodanig dat je bijna blij bent dat The Order: 1886 geen vernietigbare omgevingen kent.

Dit is geen Homefront
En zo belanden we weer bij de vooruitgangvraag. Is het een probleem dat muren in Battlefield wel kapot kunnen en in The Order niet? Moeten we punten aftrekken vanwege een gebrek aan multiplayer of op zijn minst co-op? Had de game niet, zoals zijn voorbeelden uit de stal van Naughty Dog, wat langer moeten zijn? Of, andersom gesteld: is de traditionele optelsom van verhaal, gameplay en graphics voldoende om de aankoopprijs te rechtvaardigen? Die vragen houden ons en jullie bezig, al weken. The Order: 1886 is zo een game die vooruitgang belicht en aan de kaak stelt, inhoudelijk en op metaniveau. Technisch en op financieel vlak.

Maar hoeveel waarde hebben die twijfels over prijs, denkend aan consolegames die twintig jaar geleden even duur waren, in de helft van de tijd uit te spelen waren en een fractie kostten van de miljoenen die in The Order zijn geïnvesteerd? Dat is voer voor een discussie die we elders op InsideGamer voeren; belangrijk is dat The Order: 1886 exact levert wat het belooft. Dit is geen Homefront, waar je na drieënhalf uur teleurgesteld naar de aftiteling zit te staren. Dit is een strak geregisseerd (en bug-vrij) spektakel zonder ruimte voor moderne vrijheden. Co-op was hier op zijn plek geweest en de game had inderdaad langer mogen zijn, wat ergens weer een compliment is voor de kwaliteit die Ready at Dawn levert. Maar wie graag de regie overlaat aan een capabele ontwikkelaar om daar een afgebakend avontuur voor terug te krijgen, zit hier ouderwets goed.

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Risk review – Wint wat en verliest wat

Benjam-indie: Stranded Deep