in

Homefront: The Revolution review – Frontale depressie


Een kleine twee maanden geleden deed ontwikkelaar Dambuster ons een belofte: de nieuwe Homefront zou een openwereldshooter worden met minstens twintig uur speeltijd en dus veel meer dan zijn bekritiseerde voorganger. Die belofte komt men na, maar dat resulteert zich in een vijfmaal langere lijdensweg. Homefront: The Revolution is namelijk onafgewerkt, ongeïnspireerd en ronduit onprettig om te spelen.

Het is 2029. Noord-Korea heeft via een elektronische achterdeur het Amerikaanse leger platgelegd, Philadelphia ingenomen en de bevolking onderdrukt. Vergezocht of niet, de ellendige situatie waarin de burgers zich bevinden is overtuigend in beeld gebracht. Zwaarbewapende soldaten surveilleren door de stad en slaan opstandelingen in elkaar, drones achtervolgen je tot aan de voordeur en neonpropaganda ontsiert elke straathoek. Hoog boven dat alles dompelen zeppelins het tafereel in een kil zoeklicht. Het doet ons af en toe terugdenken aan City 17.

The Brady Bunch
Maar de goede eerste indruk ebt snel weg na je eerste stappen in het Koreaanse Philly. Jij bent Ethan Brady, een tamelijk onbekende en immer zwijgende verzetsstrijder die zich nog moet bewijzen onder zijn bondgenoten. Toch zit je meteen op de eerste rij wanneer de snoodste plannen worden gesmeed om de grote held van de revolutie uit vijandige handen te bevrijden. Vervolgens wordt je voor het karretje gespannen van elke vuile klus die moet worden opgeknapt.

De geloofwaardigheid neemt een diepere duik wanneer de kopstukken van het verzet in beeld komen. Ze zijn voortdurend aan het bekvechten, komen met de doorzichtigste ideeën en wekken geen moment de indruk dat ze een capabele, sympathieke groep vrijheidsstrijders vormen. Je hebt het voorspelbare Rambo-type dat altijd tegen de wind in piest, de eeuwig klagende pacifist, het interim-leider type dat orders rond blaft en een half dozijn andere gezichten die je al vergeten bent voordat je de game weer afsluit. Een merendeel van de dialogen eindigt met de notie dat Brady zelf het voortouw maar moet nemen. Een beter verzet begint blijkbaar bij jezelf.

Wanneer je met een geïmproviseerde uitrusting vol goede moed de straten intrekt, beginnen nog meer pijnpunten zich te openbaren. De gameplay is degelijk met een hoofdletter D, iets dat niet zo opvalt tijdens een korte demo, maar des te meer bij een speeltijd van meer dan twintig uur. Op typische Ubisoft-wijze neem je zwaarbewaakte bases over, hack je een radiotoren om iconen op de map te laten verschijnen en vernietig je een vijandig konvooi. Om uiteindelijk het stadsdeel te bevrijden en een opdracht te krijgen voor een ander stadsdeel. Tussendoor koop je een andere scope voor je geweer, craft je een paar pijpbommen en pak je een collectible mee.

Een eigen draai
Met dat Far Cry- en Assassin’s Creed-stramien is natuurlijk niets mis, maar het lukt Homefront niet om een eigen draai aan het geheel te geven. Een voorbeeld hiervan is de guerrillaoorlogsvoering die je kunt hanteren. Op sommige daken staat een valstrik van explosieve vaten die je op nietsvermoedende Koreaanse patrouilles kunt loslaten. Maar waarom zou je een heel gebouw beklimmen als één welgemikte molotovcocktail hetzelfde klusje sneller en effectiever klaart?

Dezelfde redenering kun je loslaten op het modden van wapens. Het visuele aspect daarvan is erg lekker: je ziet à la Crysis het wapen in realtime veranderen. Om tijdens een heftig vuurgevecht een dikke scope op je geweer te schuiven of je kruisboog om te toveren in een vlammenwerper blijft een tof gezicht. Toch is het merendeel van het arsenaal niet heel bijzonder en dwingt geen enkele situatie je tot een andere aanpak. Hetzelfde geldt voor stealth. Loop je tijdens de avondklok nog een soldaat tegen het lijf? Dan duik je gewoon het dichtstbijzijnde dixi-toilet in.

Haperende oorlogsmachine
Maar Homefront mocht wensen dat al het bovenstaande het grootste probleem was. De door ons geteste PlayStation 4-versie is namelijk zó erbarmelijk slecht afgewerkt, dat het een technisch drama te noemen is. De framerate – niet onbelangrijk wanneer je veelvuldig en nauwkeurig moet schieten – is er nog het ergst aan toe. Het beeld hapert voortdurend, ongeacht waar je staat of wat je doet. Daarnaast blijft het ook nog eens een paar seconden hangen na elke autosave en missie-update. Eerst is het nog vervelend, maar na een paar uur zijn je tenen permanent kromgegroeid. Aan de graphics ligt het niet, want de game oogt onscherp, belicht voorwerpen met extreme willekeur en mist textuur op met name gebouwen.

Andere slordigheden zijn minder frequent, maar niet minder erg. Regelmatig steekt de arm van een soldaat door de muur, blijft een vijand apathisch voor zich uit kijken als je op ze schiet of rennen ze langs je heen om… dekking te zoeken? Van dichterbij is de bevolking een slecht geanimeerde verzameling van klonen.

Een betere ervaring op pc
Als je een krachtige pc tot je beschikking hebt, lijkt de pc-versie de beste manier om Homefront: The Revolution te spelen. Alhoewel deze versie zeker ook last heeft van bugs en problemen met de framerate, is de beleving stukken beter dan op beide consoles. De mogelijkheid om de grafische instellingen aan te laten sluiten op de specificaties van je pc geeft je bovendien wat speling om de prestaties te verbeteren in ruil voor wat visuele schoonheid.

Maar het absolute dieptepunt moet nog komen: tijdens een verhaalmissie waarin we twee trucks met belangrijke wapens voor het verzet moeten escorteren, blijft één van de trucks vastzitten achter een brokstuk. Het laden van een oudere savegame bleek geen oplossing te bieden en dus is de game niet uit te spelen. Of dit een geïsoleerd geval is weten wij niet, maar dat het kan gebeuren is deprimerend genoeg.

De technische malaise zet zich voort in de Resistance Mode. Geen competitieve multiplayer zoals in de eerste Homefront, maar een zestal korte, zoutloze coöperatieve missies voor vier spelers. Hierin doe je eigenlijk hetzelfde als in de singleplayer: doelen verdedigen of aanvallen met gemiddeld twintig beelden per seconde. Je wordt zelfs aangespoord om ze zo snel mogelijk te voltooien via missie-specifieke uitdagingen. In één zo’n poging was de vijand nog niet klaar voor ons, want ze stonden in Christus-houding te wachten op een kogelregen. Misschien waren ze het verzet ook zat.

Homefront: The Revolution is gespeeld op de PlayStation 4. De game is ook beschikbaar voor Xbox One en pc.

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Total War: Warhammer review – Stop, Warhammer time!

Psyonix gaat nieuwe Quick Chats toevoegen aan Rocket League