in

Column – Zelda: Breath of the Wild is mijn game voor het leven


Het is december 1998. Ik ben 14 en zit op de middelbare school, waar ik me nauwelijks kan concentreren. Mijn droomgame staat op het punt om uit te komen: The Legend of Zelda: Ocarina of Time.

Dit is nog nét voordat elk huishouden – waaronder dat van mij – toegang tot internet heeft, dus ik spit al maandenlang elk Engelstalig gamemagazine door dat ik maar van mijn zakgeld kan kopen. Ik lees elk zestien pagina tellend artikel dat orakelt over dat grootse avontuur. Een avontuur waarin je kunt gaan en staan waar je maar wilt. Zie je die berg daar in de verte? Daar kun je heen.

Ocarina of Time belooft de meest indrukwekkende open wereld ooit te bieden. Weidse grasvelden met verstopte grotten en kerkers, sfeervolle dorpjes en torenhoge eindbazen: Ocarina of Time zal alles in huis hebben wat een nog jonge gamer, die toch al heel wat virtuele werelden heeft bezocht, maar kan verlangen.

Wanneer ik eindelijk de game uit het zwart-gouden Nintendo64-doosje haal, worden alle beloftes ingewisseld. De rest van december 1998, inclusief de kerstdagen, zit ik opgesloten op mijn slaapkamer. Ik speur elk hoekje van Hyrule Field af; verzamel tientallen gouden Skultulla’s; pink een traantje weg als ik als volwassen Link mijn jeugdliefde Saria in de Lost Woods opzoek en erachter kom dat de tijd tussen mijn vingers door is geglipt en ze voorgoed verdwenen is; beklim Death Mountain; zwem tussen de Zora’s; trek de Master Sword uit de steen in de Temple of Time; en vecht tegen Ganondorf én Ganon op de ruïnes van Hyrule Castle.

Ocarina of Time is vanaf dat moment mijn favoriete game ooit. Niet mijn game van het jaar, niet mijn game van de generatie, maar mijn game van dit leven.

Start je de game nu op, dan ben je misschien verbaasd over hoe kleinschalig die spelwereld eigenlijk blijkt te zijn en hoe lineair de algemene ervaring voor hedendaagse standaarden is, maar toen blies het iedereen weg, inclusief mijzelf.

En dan staat maart 2017 voor de deur en zit The Legend of Zelda: Breath of the Wild er aan te komen. Ik weet dat en kijk er ook naar uit, maar ik ben niet meer die jonge enthousiaste gamer die tientallen artikelen en screenshots doorspit. Ik heb inmiddels al duizenden games gespeeld, inclusief een half uurtje Breath of the Wild op E3 en daarna op een Switch-evenement. Ik heb er, op zich, wel zin in – een beetje. Als ik er tijd voor kan maken.

Ik moet die eerste dag, wanneer ik Breath of the Wild opstart op mijn gloednieuwe Switch, even wennen. Dat geef ik toe. Ik speel vaak genoeg openwereldgames, en toch ben ik in de afgelopen jaren geconditioneerd om begeleid te worden door de ontwikkelaars van spellen. Ze gooien je in een wereld, maar trekken je kundig van plotpunt naar plotpunt, houden je bij de hand uit de angst je aandacht te verliezen.

Hoe anders is Breath of the Wild. Ik moet niets van Nintendo, het bedrijf plaatst mij in deze virtuele wereld en wat ik van mijn leven als Link maak mag ik zelf weten. Dus aarzelend zeil ik na een paar uur van de Great Plateau af, de wijde wereld in. En wát voor een wereld. Inmiddels is Ocarina of Times Hyrule al vele malen gepasseerd door tientallen andere openwereldgames, maar die van Breath of the Wild voelt als de meest realistische van alle games tot nu toe. Omdat het mij vrij laat, omdat niet elke centimeter van de spelwereld voelt alsof die bestaat vanwege mijn aanwezigheid. Als Link ben ik alleen maar op bezoek in dit land. Een klein onderdeel van een grote, ademende wereld die ook zonder mij doordraait.

Ja, Breath of the Wild heeft hoofdmissies: een soort van verhaal, een pad om te bewandelen. Maar mijn motivatie om door te spelen is dat op het moment dat ik van dat pad afstap, ik mijn eigen avonturen beleef. Avonturen die totaal niet geregisseerd aanvoelen, maar ontspruiten uit mijn eigen fantasie die ik vervolgens omzet in actie.

Ik ga op jacht naar die mysterieuze draak boven de bergen; bind ballonnen aan een vlot en maak een reisje door het luchtruim; ik ontdek dat mysterieuze eiland waar de wetten der natuur niet tellen; ontmoet de gekke bloemenvrouw en stamp op haar bloemen; lees stiekem het dagboek van de meid die een crush op mij heeft totdat ze me betrapt en ik snel wegren; ik vecht in het lugubere rode licht van de Blood Moon tegen een stel Goblins tot ik opeens wordt verrast door een allesvernietigende Guardian; en sluit vriendschap met iemand die mij op een brug ziet staan en een praatje maakt, simpelweg omdat hij bang is dat ik er vanaf wilde springen om er een eind aan te maken. Ik kan het zo gek niet bedenken of ik maakt het mee in Breath of the Wild.

Ik heb er inmiddels dik vijftig uur inzitten, schat ik. Tussen het schrijven door speel, eet, leef ik Breath of the Wild. Het zit in mijn hoofd wanneer ik wakker word en ik val in slaap met gedachtes over de avonturen die ik nog kan beleven. Wanneer ik het spel aanzet neem ik mij voor om toch eindelijk weer eens een Divine Beast op te zoeken en progressie te boeken in het verhaal, maar dat lukt mij maar zelden. Op het moment dat ik met Link uit een stal stap, met de zonnige grasvelden van Hyrule voor mijn voeten, vergeet ik alle zorgen en plichten en wandel ik gewoon die wijde wereld in. Ik maak mij niet druk over wat ik mee ga maken, het avontuur vindt mij wel.

Dik achttien jaar na Ocarina of Time lost Nintendo dus opnieuw zijn belofte in. Zie je die berg daar in de verte? Daar kun je heen. En naar de volgende. En de volgende.

Misschien weet een game over twee decennia dit gevoel te overtreffen. Tot die tijd is Breath of the Wild mijn game van dit leven.

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

SuperData: ‘Nintendo Switch verkoopt wereldwijd 1,5 miljoen keer’

Grote aanpassingen Rocket League Competitive Play Season 4