in

Vroeger was alles beter (of de lotgevallen van een ouwe lul)


Nog even en dan komt de goedheiligman, al dan niet met politiek (in)correcte Pieten weer uit Spanje aan. Samen met de gemijterde ruiter vier ik ook mijn verjaardag en word ik 50. Tijd om terug te kijken op een leven vol games, was vroeger alles beter en zit er een houdbaarheid aan gamen?

Ik had een Philips G7000 van mijn ouders gekregen. Het ding was verschrikkelijk duur maar mijn vader overtuigde mijn moeder met de mededeling dat computers wel eens de toekomst konden worden, hij had gelijk. De games waren schaamteloze kopieën van arcade kasten zoals Donkey Kong en Space Invader.

Een jaar later kreeg mijn vriendje een Atari 2600. We kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer en genoten van elkaars games. Die van de Atari waren net iets mooier in mijn beleving maar de mijne had een toetsenbord en zo programmeerde ik op zeer jonge leeftijd mijn eerste machinetaal programma en componeerde ik muziek met de muziek module. De muziek waren bliepjes maar in mijn oren was het een symfonie. Op de Atari kwam ik met Zaxxon nooit verder dan het eerste level maar wat zag het er gaaf uit!

Toen de Commodore 64 zijn intreden deed spaarde we al onze spaarcentjes bij elkaar en deden we klusjes zodat we het dure apparaat, inclusief cassette speler konden kopen. Ik verkocht mijn G7000 met 3 games en mijn vriendje z’n broers lapte er voor hun voldoende geld bij. Ik ging verder met programmeren in Basic en muziek maken met Trackers en mijn vriendje leverde de vetste games aan die we kopieerde op cassettebandjes. Door het uit lubberen van de tapes moest er regelmatig een schroevendraaier aan te pas komen om de tapjes te kunnen lezen. Op de doosjes vermelde ik dan ook 1/4 draai naar recht of 1/2 draai naar link. We waren enorm blij met onze aankopen maar de opvolger gloorde al aan de horizon.

Omdat ik meer geld had kocht ik al snel de Amiga 1000 met floppie drive en mijn vriend kocht de Amiga 500 later. Wat een geweldig apparaat was dat! Een eigen besturingssysteem, prachtig beeld en de games werden steeds mooier. De floppy’s waren ook veel handiger dan die verdelende bandjes. In militair dienst was er iedere woensdag avond een computer club waar tips, trucs en games werden geruild wat een welkome afleiding was van het rijden in een tank en zuipen in de kukobar. Na de dienstplicht vertrok ik voor drie maanden naar de VS om daar te gaan werken in een boyscoutcamp en rond te reizen. Na terugkomst vond ik een baan als laborant en stroomde het geld binnen.

De Amiga liep op zijn laatste benen en mijn maat kocht een 386 met floppy drive. De sprong naar 256 kleuren was enorm en ik spaarde als een gek om ook een PC te kunnen kopen. DOS was een uitdaging en om games te kunnen laten draaien leerde mijn maat mij om drivers in Highmem te uploaden zodat Indiana Jones te spelen was. Terwijl ik tussen 16 floppy’s wisselde om Indie van links naar rechts te laten lopen had mijn maat een harddisk gekocht. Ik probeerde even Windows bij een vriend die een muis had maar wat een onding was dat nieuwerwetse apparaat en zowel het programma als de muis kwam er pas vanaf Windows 3.1 in en toen nog was het wennen.

Met het intreden van de 486 kwam ook de noodzaak van een cd-rom speler. Peperduur maar The 7th Guest was zo futuristisch mooi en je kon er ook nog eens muziek CD’s mee afspelen die net geïntroduceerd waren, nieuwerwetse kleine, glimmend schijfjes waar je muziek mee kon beluisteren, veel praktischer dan die grote vinyl platen.
Zonder klagen en zeuren switchte we van de ene joystick naar de andere maar die met die grote rooie knop erop was toch wel mijn prettigste stick, met twee knoppen aan de bovenkant en een kleine op de ronde knop.
Waar mijn maat vrolijk door gamede bespeelde ik de Soundblaster geluidskaart en genoot van mijn eerste stappen op desktop publishing. Het duurde nog tot de eerste Pentium tot we iets kregen dat WYSIWYG heette wat What You See Is What You Get betekende en een brief op het scherm ook daadwerkelijk werd afgedrukt op de met kettingpapier gevoerde matrix printer. De CRT monitor was dieper dan de PC kast en loodzwaar en het zou nog decennia duren tot grote platte schermen hun intreden deden.

Vele, vele duizende guldens/euro’s en PC’s later besloot ik een console te kopen. Door ziekte was ik de ICT in gegaan waar ik in een schoner klimaat minder last van astma had. Procesmangent leek een tweede talent te zijn en ik werkte voor tal van landelijke bedrijven zoals Justitie, KPN, Politie, IND, enz via verschillende detacheringsbureaus. Via Logica CMG maakte ik de overstap naar een vaste werkgever. Voor mijn werk had ik toen de mogelijkheid om deels thuis te werken en had een betrouwbare computer nodig. Nu zijn de woorden ‘computer’ en ‘betrouwbaar’ een oxymoron maar om mijn PC niet te veel bloot te stellen aan gerommel bleek het de beste optie.

Ik besloot een console te kopen maar omdat ik ook gek was op thuis films kijken koos ik voor de PS3 met blu-ray speler. Ik kocht er meteen een enorme platte beeldbuis bij en genoot van het gemak van de console. Bijkomend voordeel was dat de games er in de loop der tijd steeds beter uit gingen zien terwijl ik gewend was op de PC dat het allemaal in de loop der tijd juist minder werd omdat de systeemeisen binnen een jaar of 2 enorm stegen.
Inmiddels was ik mijn maat uit het oog verloren doordat ik inmiddels 3 keer was verhuisd. Door Facebook ontmoette we elkaar weer en bleek hij van alles te doen op een relatief kleine ICT afdeling op een school terwijl ik meer ICT processen bij landelijke bedrijven was gaan managen over tal van afdelingen heen om vervolgens aan de user kant van het proces van plastic betaalmiddelen als proceseigenaar te eindigen. We gamede nog steeds met veel plezier en verbaasde ons over hoe mainstream gamen was geworden en hoeveel haat en nijd er tussen gamers waren. Ik feliciteerde hem met zijn game PC en bloedmooie vrouw en schatten van kinderen die een Wii tot hun beschikking hadden, hij feliciteerde mij met mijn PS4 en de vrijheid van mijn vrijgezellen bestaan.

We lopen nu tegen de 50. Ik heb nooit gedacht dat er een houdbaarheid zat aan gamen en, je kunt gerust zijn, dat zit er ook niet aan. Natuurlijk veranderen zaken. Ik ben ondanks dat ik game nooit competitief geweest. Multiplayer games op de bank waren leuk maar het kon mij geen reet schelen wie er won. Ik genoot veel meer van de vriendschap die door een online verbinding niet te voelen is. Ik heb ook niets met retro games, met 8 en 16 bits, die heb ik geleefd, dat is over wat mij betreft en hoewel op muziekgebied niets Darling Nikki van Prince heeft kunnen overtreffen kunnen oude games mij gestolen worden, ik ga voor de next best thing. Behendigheidsspelletjes (alles zonder verhaal) kan mij gestolen worden en door de toenemende reuma en pijn, ik ben inmiddels volledig afgekeurd, is een rustigere game met een impactvol verhaal erg mijn smaak. Dat mag ook edelpulp als Uncharted of de nieuwe Wolfenstein zijn. Maar een Journey en Everyone Has Gone To The Rapture zie ik ook graag.

Daar waar mijn maat en ik de verschillen, de ontwikkelingen en het plezier van gamen in een nichemarkt en nerd cultuur vierde, versplinterde de ooit zo hechte gaming community zich in groepjes die allemaal vinden dat ze de ander naar beneden moeten halen, pas dan weet je blijkbaar dat jij de juiste keuze hebt gemaakt. Er word moord en brand geschreeuwd als ‘hun’ game word uitgesteld alsof men er recht op heeft. En dan snel uitspelen om na een week al weer een nieuwe game te moet hebben, de volgende game, de nieuwe shot als een junk. Dat allemaal terwijl maar weinigen begrijpen hoe complex en moeilijk het is om een game te maken, en een goed besturingssysteem of een netwerk te creëren. Dat die zaken tijd en geld kosten, allemaal om jou wat entertainment te bezorgen. Die hele houding van ‘ik ben het middelpunt van het universum, wat ik zeg is waar en de rest is stom’ vind ik verbijsterend maar niet verrassend omdat zelfs de game-pers zich graag verlaagd tot dat niveau voor een paar extra kliks door provocerende koppen en vooringenomen artikelen in de trant van ’10 dingen die in de volgende game X moeten zitten’ te publiceren zonder ook maar zelf 1 goede game te hebben afgeleverd. Het doet mij terug verlangen naar een lang vervlogen tijd waarin gamen nog iets magisch had, die waren er gewoon opeens. Waar je je kon verwonderen hoe zoiets in vredesnaam mogelijk was en dat we dat allemaal vierde, met elkaar, oh god ik klink verdomme als m’n pa…

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Esmee in Cosplay: Stoffen handschoenen maken

Little Battlers Experience Review – Grote anime-ervaring