in

The Real Driving Simulator?


Dat er veel ophef is over de nieuwste Gran Turismo telg mag niemand ontgaan zijn. Er kan met recht gesteld worden dat de game één van de meest verwachte titels van het jaar is en bovendien dat, na vijf jaar continu ontwikkelen, de verwachtingen hooggespannen zijn. Kazunori Yamauchi en zijn team bij Polyphony beloven immers al jaren een gouden pot aan het einde van de regenboog, maar of ze dat ook waarmaken is een verhitte discussie tussen voor- en tegenstanders. Onlangs ving ik het volgende gesprek op bij de lokale spellenboer tussen twee heren, die we voor het gemak maar even Leon en Rubin noemen.

“Eigenlijk vreemd dat ze deze game als subtitel The Real Driving Simulator geven”, merkt Rubin enigszins verbaasd op tegenover zijn vriend. “Eigenlijk vind ik dat de game helemaal niet het gevoel geeft dat je een echte auto bestuurt.” “Dat valt op zich toch wel mee,” antwoordt Leon, “je kan toch echt niet als een arcaderacer vol gas een negentig graden bocht maken.” “Ja oké, dat het geen arcaderacer is overduidelijk, maar om nu te zeggen dat het een echte auto benadert is ook niet waar. Sowieso lijkt de game maar uit twee standen te bestaan: vol gas of vol rem”, vervolgt Rubin zijn betoog. ”Je moet al een analoog stuur gaan gebruiken wil je enige finesse krijgen. Hoe dan ook, het resultaat is dat je op een bocht af stormt, even vol in de ankers gaat en vervolgens vol gas de bocht neemt en dat iedere race weer.” Leon fronst zijn wenkbrauwen, “maar dat is dan toch meer een probleem van de controller? Je kan de ontwikkelaar moeilijk de schuld gaan geven van Sony’s keuze om drukgevoelige knoppen te maken in plaats van mooie triggers zoals op de controller van de 360?” Hij wijst argeloos naar een 360-controller in een rek aan de overkant van de winkel. “Oké, vooruit dan,” concludeert Rubin, “wellicht is dat niet Polyphony’s fout, toch hadden ze de game kunnen afstemmen op de controller, in plaats van ervan uit te gaan dat iedereen maar een stuurtje op de bank erbij gaat pakken.”

“Wat me wel echt tegenstaat is de toevoeging van mijn Ibiza Cupra waar ik mee begon.” “Is dat er zo één als je vroeger zelf had”, vraagt Leon. “Ja, voordat mijn vriendin in de sneeuw op die vrachtwagen reed vorig jaar”, antwoordt Rubin met enige wrok in zijn stem, “toen ik over die cockpitview hoorde werd ik al helemaal blij, eindelijk kon ik weer het gevoel krijgen in mijn eigen autootje te rijden.” “Ja, dat is wel mooi ja”, beaamt Leon, “Lijkt het ook een beetje?” “Wat?!” Rubins ogen schieten vuur, “er zit helemaal geen cockpitview bij die Cupra. Van alle auto’s hebben ze maar van een beperkt aantal auto’s een cockpit toegevoegd.” Hij stampt een keer woest met zijn voet op de vloer. “Vijf jaar ontwikkeling en ze konden niet een van hun designers in al die tijd toewijden aan het creëren van cockpits?” “Nou ja, ik kan me voorstellen dat je het jammer vindt,” begint Leon sussend, “maar ik snap wel dat ze hun tijd liever besteden aan het ontwikkelen van auto’s waarin veel gereden wordt in de game. Het is wel erg veel moeite 800 auto’s van cockpits te voorzien als mensen er na een paar levels al uitgroeien om plaats te nemen in één van de auto’s die wel een cockpit heeft.”

Rubin knijpt het doosje in zijn handen bijna stuk. “800 auto’s? Ik vind dat ze onbegrijpelijke keuzes gemaakt hebben. Volgens mij zijn ze in 2005 al gestopt met het toevoegen van nieuwe auto’s. Wist je dat de Golf VI GTI niet in de game zit, maar de vorige versie wel?” “Nee, maar die is toch ook pas net op de markt? Ze kunnen ook niet willekeurig en oneindig nieuwe auto’s toevoegen,” brengt Leon in, “zo’n game moet ook een keer afgerond worden natuurlijk. Anders blijf je bezig met auto’s toevoegen.” “Die auto is al in 2008 op de markt gekomen en bovendien qua looks maar marginaal anders dan zijn voorganger”, roept Rubin bijna door de hele winkel terwijl het doosje gevaarlijk kraakt, “een beetje designer kan zo’n skin in een klein weekje toch wel aanpassen. Belachelijk dat zoiets niet gebeurt.” “Nou ja, het is jammer dat het wagenpark wat gedateerd is,” antwoordt Leon, “maar nogmaals, doet dat er nou echt toe bij die standaard auto’s? Het gaat toch om de Lamborghini’s en Ferarri’s in dit soort games?” “Nee, zeker niet. De game is gemaakt als ultiem verzamelspel, gotta catch ‘em all met auto’s zeg maar”, snauwt Rubin, “en dan vervolgens je game volstoppen met oude troep? Waar zijn alle nieuwe hot hatches dan? Die Yamauchi is meer bezig met het toevoegen van nutteloze 3D-effecten en halfbakken weereffecten dan aan datgene waar het verdomme om gaat, auto’s!” Demonstratief gooit hij het doosje op de grond.

Leon schrikt en neemt een stap terug: “maar kom op, het blijft toch een leuke game?” “Ga toch weg man,” Rubin loopt demonstratief op het rek met Gran Turismo 5-games af, “Gran Turismo 5 heeft dezelfde slechte A.I. als vroeger. De tegenstanders zijn zo dom als stront en je kan tegen alles en iedereen op beuken. Van schademodellen hebben ze bij Sony nog steeds niet gehoord.” “Doe toch eens rustig man ”, roept Leon terug, “dat schademodel komt pas op latere levels langzaam aan bod, om je te laten wennen aan de game.” Rubin stampt met zijn voet op het doosje: “ik speel dit spel al sinds deel één. De gameplay is onveranderd, wat een lef om er maar van uit te gaan dat je publiek na al die jaren nog geleerd moet worden hoe je een auto netjes door een bocht stuurt.” “Joh, stel je niet zo aan,” roept Leon geschrokken, “dit spel is prima te spelen en het ziet er tof uit, wat wil een mens nog meer.” “Na vijf jaar ontwikkeling en talloze keren uitstel en beloftes van een ultiem product?”, bijt Rubin terug, “wat dacht je van een goede game, die echt verbeterd is ten opzichte van zijn voorgangers en je ook echt nieuwe auto’s geeft om te verzamelen in plaats van oude meuk te serveren in een HD-jasje natuurlijk! Yamauchi moet zich schamen als dit het beste is wat de man in vijf jaar tijd kan presteren. Weet je, deze troep zou helemaal niet in de schappen mogen liggen.” Rubin begint verwoed de doosjes uit de schappen te trekken en willekeurig door de winkel te gooien. “Weg ermee!”, roept hij uit terwijl ik een stap opzij doe om de geschrokken winkeleigenaar door te laten.

“Laamelos! Laamelos! Die troept verdient het niet verkocht te worden!”, schreeuwt Rubin uit terwijl de eigenaar hem hardhandig de winkel uit duwt. En Leon? Die blijft verbouwereerd achter tussen de gehavende Gran Turismo-doosjes. Na een paar tellen komt Leon weer in beweging. Hij pakt een doosje van de grond die ongehavend uit de strijd is gekomen en loopt naar de kassa: “doet u mij deze maar alstublieft.”

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Beste NES Zapper-games

iPad Update met Angry Birds Seasons HD en Trucks and Skulls HD