in

Avengers: Infinity War review – Marvel en Disney snappen ons


Het klinkt misschien gek, maar wat is het toch bewonderenswaardig hoe volwassen het superheldengenre is geworden, mede dankzij de inzet van Marvel en ondertussen ook Disney. Maar liefst tien jaar geleden werd met Iron Man aangetoond dat het genre echt niet alleen voor kids of tienerjochies is. Natuurlijk was de redelijk campy Superman uit ’73 van Richard Donner een uitstekende film. Ook mogen we Tim Burton met zijn Batman-films uit ’89 en ’92, alsmede de enorme kaskraker Spider-Man van Raimi bedanken voor het voorzetje dat ze hebben gegeven. Marvel met Iron-Man en iets later DC met The Dark Knight Rises hebben die zorgvuldig ingekopt. Maar het was toch echt Marvel die de bal oppakte en ging voor de sprint. Een lange sprint die 3646 dagen duurde.

Avengers: Infinity War

En toch, nu de apotheose van Avengers: Infinity War uitkomt, moeten we vooral één man bedanken voor dit nerdfestijn: Kevin Feige. De Amerikaan die in 2000 als associate producer voor X-Men aan de slag ging en later hoofd van Marvel Studios werd, had een visie en een plan met drie fases die allemaal (op enkele uitzonderingen na) nagenoeg foutloos zijn uitgevoerd. Het heeft geleid tot een bijna orgasmische samenkomst van talloze Marvel-personages en een sterrencast waar je ‘u’ tegen zegt. Dan kan het niet fout gaan, toch?

Avengers: Infinity War

Sprintje

De blockbustertroon

Wees gerust: dat gaat het niet. Dit is dé film die je dit jaar moet zien. En dat komt uit de mond van een Star Wars-gekkie die, één die niet verwacht dat Solo dit meesterwerk van de blockbuster-troon kan stoten. Werkelijk alles, van cast tot script, tot visual effects, aankleding, sets, und so weiter is uitmuntend. Deze film heeft een bedachtzaamheid en plezier waar menig andere blockbuster-franchise een puntje aan kan zuigen. Pak je popcorn, dit is een ritje.

Zoals je mag aannemen (als je de vorige Marvel-films gezien hebt) draait de film volledig om de Infinity Stones; een zestal stenen met krachten die, wanneer gecombineerd, een wezen goddelijke krachten geeft. Thanos, de paarse Titaan waar in eerdere Marvel-films al ruimschoots naar gehint werd, heeft als levensmissie de stenen in handen te krijgen. Ze zijn verspreid over het heelal, maar een aantal bevinden zich ook op aarde (de Time Stone van Dr. Strange en het ‘oog’ op het voorhoofd van Vision). Zijn doel is eigenlijk heel humaan: de helft van alle intelligente wezens in het universum wegslopen, om een beetje ruimte te geven aan de rest. Een mooi streven, in de ogen van de waanzinnige man. Minder monden is minder ellende.

Het moge duidelijk zijn dat zowel de superhelden op aarde alsook de aliens die er omheen zweven (ik ben graag aardegecentreerd) daar problemen mee hebben. Op elk hun eigen manier en zorgvuldig uitlegde (korte) verhaallijnen krijgen ze mee dat de Titaan plannen heeft die effectief maar rigoureus zijn. Met de hulp van zijn ‘nieuwe kinderen’ (predikant en doembrenger Eboni Maw, superkiller en slaafse Corbus Glaive, Proxima Midnight en de lompe Hulk-achtige Black Dwarf) wil hij de stenen in handen krijgen om met de knip van zijn vingers de werkelijkheid zoals we die kennen een zetje te geven: Vijftig procent van ons moet weggeveegd worden.

Sympathieke schurk

Daarmee komen we ook meteen bij één van de sterkste punten van Avengers: Infinity War. Niet alleen is Thanos de meest krankzinnige bad guy van alle Marvel-films tot nu toe; hij is ook een van de meest sympathieke. De film draait volledig om hem en zijn bizarre, door hemzelf bedachte humane (of feitelijk Titane) reden om de helft van alle intelligentie weg te maaien. Het is alsof je Hitler lief ziet doen met zijn hond Blondie en in de krochten van zijn hersenen zichzelf ziet motiveren dat hij goed bezig is en er zelfs een traan bij durft te laten. Maar hem uitnodigen op je verjaardag? Dacht het niet.

Josh Brolin – die al eerder comic-rollen als de jonge versie van Agent K in Men in Black 3 speelde, en volgende maand ook als Cable in Deadpool 2 te zien is – zet een bewogen despoot neer waar je zowaar bijna een traan om wilt laten. Hoewel de CGI soms te wensen overlaat, zijn er tal van momenten dat je meevoelt met de paarse gigant ‘die het ook liever niet zo heeft’, wat de film alleen maar intenser maakt.

Dat staat los van het feit dat de film het risico loopt te verzuipen in de sterren en helden die prijken op de posters, maar gelukkig is het tegendeel het geval. Alle personages, zoals Iron Man, waarmee het begon, krijgen alle ruimte om te vertellen waarom er issues waren in Civil War en waarom laatstgenoemde Captain America niet durft te bellen. Waarom Thor ineens hangt met Hulk (Ragnarok). Waarom Spider-Man duidelijk niet thuis hoort bij de Avengers, maar zijn plek afdwingt door zijn ’als er geen buurt is, kan ik ook geen vriendelijke buurt-Spider-Man zijn‘-observatie. Oh, en Dr. Steven Strange is een goochelaar met ballonnen.

We zouden nu een hele trits aan personages kunnen opdreunen, maar je moet het zelf zien om het te geloven. Er wandelt zoveel talent en visueel geweld rond qua Hollywood-sterren dat het onwerkelijk is dat iemand van Disney op voorhand dacht dat dit zou kunnen werken. Het knappe is vooral om al deze mensen enigszins in een scène te krijgen, of er CGI aan te pas komt of niet. Het is een ‘who is who‘ van jewelste. Ik wil de rekening wel graag zien, qua booking, want dit kan niet goedkoop zijn geweest.

Toestemming om te ademen

Avengers: Infinity War

Er valt zoveel te vertellen en aan te halen over Infinity War, maar dat zouden alleen maar spoilers zijn. Als je alle Marvel-film hebt gezien, is dit de kers op de taart. Joe en Anthony Russo bewezen met de Captain America-films al dat ze weten hoe je goede films kunt maken over superhelden en geven vrijwel alle belangrijke personages de ruimte om hun ding te doen. Er zijn zelfs een negental locaties die interessant zijn en nooit voelt het alsof je van hot naar her wordt geslingerd. De locatieswitches maken zelfs ruimte voor een stukje rust in een film die verder overladen is met het ene epische gevecht naar het andere, waardoor je even toestemming hebt om adem te halen.

Showstoppers als Star Lord, Groot, en zeker ook Drax en de ‘ruziescènes’ tussen Strange en Stark zorgen voor de nodige giechelmomenten. Elke keer als je adem nodig hebt, zorgen de Russo’s voor een pauze en andersom. Er is zelfs plek voor een ‘prestatiegrap’ (ik laat even in het midden om wie het gaat) op een heel belangrijk moment. Gedurfd.

Avengers: Infinity War is oprecht het summum van hetgeen waar we al die jaren naartoe hebben gewerkt. Het is cinematografisch vrijwel perfect, op wat slordige CGI na, maar de balans tussen comedy en ernst is op een niveau dat je vermoedt dat er een paar briljante geesten schuilen in twee regisseurs die voorheen vooral comedy’s maakten, maar in de tussentijd hun neus in de boekjes hebben geduwd.

Zoals mijn collega Wouter van Power Unlimited al zei tijdens de voorstelling: superheldenfilms, en zeker de betere uitvoeringen, hielden vooral vast aan ‘echte problemen’ om dit genre te kunnen verkopen aan het mainstream publiek dat geen comics leest. Privacy, de Koude Oorlog, het vernietigen van een land omwille van een goed doel: heftige problemen die voor iedereen herkenbaar zijn. Avengers: Infinity War doet hier afstand van en gaat full-on comic style en laat daarmee zien dat ook daar enorm veel plezier uit te halen valt. Scène voor scène en ‘panel na panel’: er is nooit een film geweest die zo trouw blijft aan het comicmedium en is daarom al een meesterwerkje an sich.

Mis deze film in de bios en je mist misschien wel de blockbuster van het jaar, maar sowieso de beste ode aan mensen als Stan Lee, Jack Kirby en de velen die hen opvolgden.

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Groot PUBG-toernooi heeft prijzenpot van 2 miljoen dollar

Gamen als vader: het wordt alleen maar leuker – deel 1