in

Games en Biologie – Waarom de evolutietheorie knettersaaie games oplevert


Evolutie is in de gamewereld een bekend fenomeen. Pokémon evolueren non-stop, maar denk ook aan games als Evolve, Spore, Plague Inc: Evolved of Sparkle 2 EVO. Een game zoals Borderlands 2 maakt daarnaast op een lollige manier gebruik van de al behoorlijk oude en beproefde theorie.

De evolutietheorie zoals je die in games tegenkomt heeft echter zelden veel te maken met wat je erover leert op school. Dat is ook niet zo gek: het is bijna onmogelijk om in een game recht te doen aan een van de geweldigste theorieën die de wetenschap kent. Hoewel wetenschap en games soms fantastisch samengaan, levert de evolutietheorie enkel hele, héle saaie games op. Wanneer-ie goed wordt toegepast, tenminste.

Evolutie

De bekende Van Dale definieert evolutie als ‘geleidelijke ontwikkeling of groei’, waardoor je al meteen kunt concluderen dat het veranderen van Pikachu in een Raichu niet veel met evolutie te maken heeft. Even een thunderstone tegen een Pikachu gooien om ‘m zo in een paar seconden in één stap te doen veranderen in Raichu heeft meer te maken met revolutie – een hele plotselinge, snelle en totale verandering. Het klinkt ook wel lekker, toch? Kijk nou! Mijn Pikachu is in een Raichu gerevolueerd! Maar goed, hoe werkt evolutie binnen de evolutietheorie dan wel?

Snoezige wangetjes

Charles Darwin, de grote man achter de theorie, publiceerde in 1859 zijn boek On the origin of species by means of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life (korte, pakkende titel). In zijn boek stelt hij dat er in de natuur sprake is van natuurlijke selectie door het proces survival of the fittest. Het probleem met ‘survival of the fittest’ is dat het een beetje misleidend is: het gaat er niet per se om welke soort het fitst is, maar welke soort zich het beste kan aanpassen aan de omgeving. Ook ‘selectie’ is eigenlijk een raar woord, want het klinkt alsof de natuur daarmee heel bewust bepaalt welke soorten wel en niet overleven. Hoe zit het nu precies?

Evolutie

Laten we Pikachu nemen. Stel dat een grote groep van deze knalgele schokmuizen leeft in een omgeving zonder vijanden en lekker veel eten. Het feit ze geel zijn is dan geen probleem en zal misschien zelfs werken als lokmiddel van mannetjes voor vrouwtjes (of andersom). Pikachu-vrouwtjes kunnen juist vallen voor de meest knalgele mannetjes met de snoezigste rode wangetjes. Maar dan: een groepje bloeddorstige Geodudes (je weet wel, die vage, zwevende modderkluiten met spierballen) besluit in hetzelfde gebied te gaan leven en blijkt de natuurlijke vijand van de Pikachu te zijn. Wat er dan gebeurt is dat de Pikachu-populatie kleiner wordt. Ze maken geen schijn van kans tegen Geodudes omdat ze een makkelijke prooi zijn: de Geodudes kunnen immers zo’n Pikachu van kilometers afstand spotten door hun gele vacht en ze zijn immuun voor stroomaanvallen.

Maar stel dat er, door een genetische mutatie (een soort ‘foutje’ in het DNA, dat de opbouw van een levend iets bepaalt), een Pikachu wordt geboren met een wat bruinig vachtje dat redelijk makkelijk opgaat in de bruine omgeving. Deze ene Pikachu heeft hierdoor meer kans om te overleven omdat hij minder opvalt en daardoor is de kans dat hij nakomelingen kan produceren, ook groter. En die nakomelingen zullen dan ook die genetische mutatie hebben voor een bruinere vacht. Het kan dus zijn dat die populatie Pikachu wellicht eerst kleiner wordt omdat ze ten prooi vallen aan de Geodudes. Maar na flink wat generaties Pikachu kan het zijn dat de populatie weer gaat groeien doordat ze zich nu kunnen camoufleren: de mutatie is nu de norm en ze zijn beter aangepast aan hun omgeving door veel minder op te vallen.

Evolutie

Schreeuwende Pikachu

Wat je heel goed moet onthouden bij het bespreken van de evolutietheorie – het is zo’n beetje het kernpunt van dit hele betoog – is dat evolutie niet bewust gebeurt. Het is iets dat constant en overal gebeurt, dus niet alleen bij de Pikachu, maar ook bij de Geodudes en alle andere levende onderdelen van het voorbeeld. Allemaal als gevolg van factoren zoals (een gebrek aan) roofdieren, klimaat, voedsel en door de drang naar voortplanting. Geen enkele Pikachu in het voorbeeld hierboven bracht met opzet een Pikachu met een bruine vacht voort omdat mama Pikachu dacht dat dit weleens handig kon zijn. Nee, die bruine vacht is te danken aan willekeur: een toevallige mutatie in de genen die toevallig goed uitpakte.

Het kan natuurlijk ook andersom: zo’n genetische mutatie kan ook juist negatief uitpakken. Stel dat er een Pikachu wordt geboren met een uitermate luide stem. Voor deze Pikachu betekent deze mutatie dat hij waarschijnlijk sneller gevonden wordt door een Geodude. Zo zie je dat een negatieve mutatie de kans op voortplanting vermindert en daardoor niet doorgegeven zal worden. Dit in tegenstelling tot een positieve mutatie (dus de mutaties waar de soort iets aan heeft, zoals het bruinige vachtje) die de kans op voorplanting vergroot.

Geodude

De kans dat merkbare mutaties ontstaan is natuurlijk niet heel groot (het is immers een afwijking van hoe soort op dat moment is) en de kans op positieve mutaties is nog kleiner (er kunnen immers ook negatieve mutaties optreden). Daarom moet een populatie groot genoeg zijn om zich te kunnen aanpassen. Ook moeten de veranderingen in de omgeving van de soort niet te groot zijn. Je kan natuurlijk een paar duizend Pikachu in de zee gooien, maar de kans is heel klein dat ze zich aanpassen aan die omgeving en na vele, vele generaties veranderen in een soort pluizige sidderalen.

In onze geschiedenis hebben we daar ‘mooie’ voorbeelden van, zoals de Perm-Trias-massa-extinctie (in het Engels: “The Great Dying”, wat veel cooler klinkt), zo’n 250 miljoen jaar geleden. De precieze oorzaak is niet helemaal zeker, maar de plotselinge veranderingen op de gehele planeet waren zo groot, dat zo’n 90% van alle in zee levende dieren en 70% van alle op land levende dieren de veranderen niet konden bolwerken, en uitstierven.

Waar gaat het mis in games?

Neem Borderlands 2. Al vroeg in de game vraagt Sir Hammerlock om je hulp in een onderzoek naar Varkid, een type vijand in de game. Het probleem is dat hij heeft gehoord dat deze Varkid soms plots van uiterlijk veranderen: van een soort mier naar een vliegend wezen. Aan jou om deze verandering wat te bespoedigen door middel van de Evolutionary Injector. De clou van het verhaal is dat wanneer je de beestjes met de Injector hebt geïnjecteerd ze veranderen in uiterst gevaarlijke wezens waarop je van Sir Hammerlock de opdracht krijgt om ze af te schieten.

Evolutie

Misschien dat je nu al een beetje kunt raden wat er nu mis gaat:

  • A) de verandering van een wezen naar iets anders zoals een rups in een vlinder verandert is geen evolutie maar een metamorfose: iets dat binnen die soort altijd gebeurt.
  • B) zodra jij die naald in die beestjes zet, veroorzaak jij een verandering in de Varkid en niet een genetische mutatie die positief is voor de soort.

Kortom: dit heeft niks met evolutie te maken, ook al doet het onderschrift van de Evolutionary Injector (“Wield the power of Darwin in your hands!”) anders vermoeden.

Of denk aan Spore, de game uit 2008 van Will Wright, en SNES-klassieker E.V.O the Search for Eden uit 1993 (je ziet ‘m nog wel eens bij een Games Done Quick-evenement). In beide gevallen moet je zien te overleven door jezelf uit te bouwen (wat de games dan evolueren noemen) naar iets waarmee je de game kunt uitspelen.

Wederom: evolutie gebeurt niet met een doel (bijvoorbeeld om een game te winnen) maar verloopt onbewust. Dieren kiezen niet voor een gevaarlijke snuit zoals in E.V.O om daar zicht mee te kunnen verdedigen, maar dit ontstaat door genetische mutaties die goed uitpakken en de kans op voortplanten vergroten. Bovendien gaan veranderingen binnen de evolutieleer niet zo snel: er zijn vele, vele generaties (lees: miljoenen jaren) nodig voordat een simpele vis een puntige snuit krijgt zoals een zwaardvis. En bovendien gebruiken zwaardvissen hun ‘zwaarden’ niet om vijanden mee te spietsen.

E.V.O. the Search for Eden

Hoe dan wel?

De evolutietheorie leent zich niet voor games. Het duurt veel te lang voordat je iets echt radicaal anders ziet en bovendien kun je ook niet ingrijpen: het moet immers vanzelf gaan als gevolg van bepaalde factoren zoals de omgeving. Je kunt dus wel aanpassingen doen aan de omgeving van wezens, maar niet aan die wezens zelf.

Sterker nog: wanneer je als speler ingrijpt in de ontwikkeling van een wezen kom je terecht in het domein van het creationisme: het idee dat er een god achter de schepping van wezens zit die een bepaalde bedoeling heeft met alle wezens. Dat heeft helemaal niks te maken met wetenschap en al helemaal niet met de evolutietheorie van Darwin.

Black and White

Wat je zou kunnen doen, maar ook dat levert bijzonder saaie games op, is hetzelfde als wat wetenschappers doen om evolutie aan het werk te zien. Zo werken wetenschappers met organismen die heel kort leven, zodat ze in relatief korte tijd heel veel generaties van dit organisme kunnen analyseren. Dat doen ze bijvoorbeeld met bacteriën waarbij ze de omgeving van die bacteriën veranderen en kijken wat de reactie is en of ze zichzelf aanpassen aan hun nieuwe omgeving.

Zo zou je een schaaltjes kunnen vullen met bacteriën die dol zijn op enkel en alleen suikerwater. Vervolgens vervang je de suiker steeds meer voor een andere stof waar de bacteriën niks mee kunnen, waardoor er niet genoeg voedsel is en de bacteriekolonie verhongert. Het kan zijn dat na talloze generaties de bacteriën de vervangende stof wel lusten, waardoor de kolonie weer groeit omdat die een nieuwe bron van voedsel heeft aangeboord. Maar dan heb je wel potentieel jaren en jaren naar een glazen schaaltje zitten kijken.

Waardevolle onzin

Zie je het bovenstaande al omgetoverd worden tot een toffe game? In een game is het de bedoeling dat jij als speler dingen teweegbrengt. In een racegame stuur jij je auto naar de finish, in een vechtgame moet je personage via jou zijn vijand verslaan en in een rts-game kan er alleen maar gewonnen worden wanneer jij je tegenstander op een bepaalde manier overtreft. Wat je ook speelt: een game veronderstelt dat jij als speler er iets in teweegbrengt, dat er iets gebeurt door jouw handelen en dat er een einddoel is.

Daarmee zet een game de evolutietheorie in feite buitenspel. Wanneer je direct ingrijpt in de ontwikkeling van een wezen, bijvoorbeeld door voor punten een bepaalde eigenschap aan te schaffen of juist weg te nemen om een level te halen of een spel uit te spelen, betreft het geen evolutie meer. De evolutietheorie kent geen speler die bewust de ene soort laat overleven en de andere niet, of de ene soort net even bijschaaft op een bepaald vlak om die andere soort aan te kunnen. Evolutie is blind en onderhevig aan natuurlijke selectie: wat werkt, maakt grote kans om te blijven en wat niet werkt verdwijnt heel waarschijnlijk. Er is geen doel, geen plan en geen schepper.

Evolutie

Het moge duidelijk zijn: de evolutietheorie is een fantastische theorie over de ontwikkeling van het leven op aarde en zij is van onschatbare waarde voor de wetenschap. Maar wij gamers zullen het niet terugvinden in onze games. Is het dan erg dat een game als Borderlands 2 zo jolig omspringt met Darwins werk? Nee, dat denk ik niet: de hele game is nogal vreemd en maar zelden heel serieus. Een game hoeft dat ook niet te doen wanneer het echt een entertainmentproduct is. Je moet als gamer gewoon niet alles meteen aannemen wat je in een game tegenkomt. Laat het daarentegen aanleiding zijn om je lekker te verdiepen in interessante zaken zoals evolutie.

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Ready Player One (film) review – Spielbergs ode aan zijn eigen 80’s glansrol

Nintendo hint naar nieuwe Donkey Kong-platformer