in

Jurassic World: Evolution – Een park om niet te endosseren


In Jurassic World: Evolution krijg jij de mogelijkheid om in de voetsporen van John Hammond te treden en te doen wat hem niet lukte: een succesvol pretpark bouwen met als grootste attractie levende wezens die voor het laatst miljoenen jaren geleden over de aarde rondzwierven. Of eigenlijk zelfs zes verschillende parken, want je krijgt toegang tot de eilandengroep Las Cinco Muertes (waarvan alleen Isla Sorna ooit te zien was in de films) en uiteraard Isla Nublar, het decor van de originele Jurassic Park en World. De Cinco Muertes doen dienst als scenario’s, Isla Nublar als sandbox.

Jurassic World: Evolution

Eentonig

Toch is het redelijk verplicht om je eerst door alle scenario’s heen te werken voordat je je eigen jeugddroom op Isla Nublar verwezenlijkt, omdat dat de enige manier is om alle content vrij te spelen. Wie dus gyrospheres en monorails, maar ook Stegosaurussen, een Spinosaurus of zelfs een Indominus Rex in zijn park wil plaatsen, moet best wat uurtjes in de game steken. Dat zou op zichzelf geen ramp zijn, ware het niet dat steeds opnieuw een park bouwen niet de leukste activiteit in Jurassic World: Evolution is.

Jurassic World: Evolution heeft namelijk een serieus gebrek aan variatie en wordt daardoor al snel eentonig. Misschien het grootste mankement is dat de game alleen maar landdino’s kent en dus geen watermonsters zoals de Mosasaurus of vliegende reptielen als de Pteranodon – hun significante rol in de film ten spijt. In het begin laten de Triceratops, Dilophosaurus en natuurlijk Tyrannosaurus ons kinderhart sneller kloppen, maar Veggiesaurus #23 kan op weinig enthousiasme rekenen.

Jurassic World: Evolution

Er valt daarnaast weinig te variëren met de verblijven van de dino’s en het park in het algemeen. Er zijn steeds maar een of twee verschillende souvenirwinkeltjes, restaurants, uitkijkposten (die nodig zijn omdat bezoekers blijkbaar niet gewoon door het hek kunnen kijken) en voerdispensers beschikbaar, en het is al helemaal niet mogelijk het park naar je eigen hand te zetten met bankjes, prullenbakken of toiletten. Daardoor lijkt ieder park al snel op de vorige.

Weinig uitdaging

Het ontbreekt Jurassic World: Evolution daarnaast aan uitdaging. Om je gasten hoef je je nauwelijks te bekommeren: als ze niet worden opgevreten zijn ze eigenlijk al vergenoegd. Dino’s behoeven wat meer aandacht. Het leven vindt immers altijd een weg, dus ontevreden dino’s breken uit om chaos te veroorzaken. Al snel heb je het spelletje echter door en bouw je zonder moeite perfecte accommodaties voor de dino’s, waardoor zelfs een knorrige T-Rex al snel spint als een tevreden katje. Daarna valt er als speler weinig meer te doen, behalve achteroverleunen.

Gaandeweg schotelt de game je overigens extra missies voor, maar ook die weten niet voor echte uitdaging te zorgen. Theoretisch gezien krijg je de keuze om je te richten op entertainment, onderzoek of beveiliging door voor elke divisie andere missies uit te voeren. Denk aan een fossiel opgraven voor de onderzoekdivisie, terwijl beveiliging weleens wil zien wat er gebeurt als er een dino uitbreekt. In de praktijk is het echter verplicht om alle drie de divisies tevreden te houden. Je hebt immers de steun van de beveiligingsafdeling nodig om betere omheining vrij te spelen, en die van de entertainmentdivisie om iets meer winkeltjes te verdienen. De missies zijn overigens ook te laagdrempelig om kieskeurig te zijn en behoeven zelden veel concentratie. Ook graafteams eropuit sturen om nieuw dino-DNA te zoeken wordt al snel een routineklus als je geen kosten meer hoeft te sparen en lukraak ieder item op de wereldbol aanklikt.

Jurassic World: Evolution

Zelfs naar voorbeeld van de Jurassic World-films met het DNA van de dino’s experimenteren, doorbreekt de sleur niet. Door DNA van dino’s te mengen met dat van andere dieren verleng je hun levensspanne of maak je ze sterker, maar in de praktijk zie je alleen van de verschillende huiskleurtjes iets terug. Echt als Henry Wu je eigen dino’s maken zit er helaas niet in.

Ongebalanceerd

Toch is Jurassic World niet aldoor een wandeling door het park, al is dat meer te wijten aan een slechte balans in de game. Een crisis als je net begint kan gelijk catastrofaal zijn. Als dino’s dan uitbreken, bestaat de kans dat je niet genoeg geld hebt om ze te vangen en terug te plaatsen, en is het feitelijk game over. Zodra alles echter loopt, stroomt het geld met bakken binnen en weet je van gekkigheid niet waar je het aan moet uitgeven.

Misschien heeft Frontier de game te simpel gehouden om ‘m ook speelbaar te maken op consoles. Of is deze licentie-game bewust laagdrempelig gehouden om het toegankelijk te maken voor een breed publiek. Of is de ontwikkeling toch een beetje gehaast om het spel maar tegelijk met de nieuwe film uit te brengen. Hoe dan ook was Frontier te veel bezig met bedenken of het de game zo kon maken, in plaats van te bedenken of het de game op deze manier moest maken, met als gevolg dat de managers onder ons bedrogen uitkomen.

“We have a T-Rex!”

Jurassic World: Evolution

Toch is dat geen reden om te zeggen dat Jurassic World: Evolution dan zijn kans heeft gehad en maar moet uitsterven. Frontier weet heel goed de sentimentele kaart te spelen. Esthetisch is de game oertrouw aan de films. Filmsterren als de Brachiosaurus, Velociraptor of Tyrannosaurus Rex zien er precies zo uit als je verwacht. Ze bewegen zoals je verwacht. Ze klinken zoals je verwacht. Iedere keer als er weer een gloednieuwe dino het Hammond Creation Centre uitwandelt en zijn eerste stappen in jouw park zet, voel je je weer als Alan Grant die voor het eerst een Brachiosaurus ziet en constateert dat ze zich in kuddes verplaatsen.

Frontier beseft daarnaast duidelijk waar de kracht van Jurassic World ligt en dus heeft het het mogelijk gemaakt om met een jeep, helikopter of zelfs gyrosphere zelf het park te verkennen. Jurassic World: Evolution is niet de ultieme park sim – verre van zelfs – maar het geeft wel de mogelijkheid om jezelf echt in Jurassic World te wanen. Om je te vergapen aan ronddolende reuzen en vervaarlijke vleeseters van dichtbij te zien. Om getuige te zijn van gevechten tussen een T-Rex en Ceratosaurus, of om te zien hoe een Velociraptor op onfortuinlijke bezoekers jaagt. Wat dat betreft is dit een avontuur waar we 65 miljoen jaar op hebben gewacht.

Jurassic World: Evolution is nu verkrijgbaar op pc, PS4 en Xbox One. Voor deze review is de game gespeeld op een PS4 Pro.

FPS

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

LEGO The Incredibles review – Niet zo super als die andere helden

Dit kun je allemaal doen in Go Vacation