in

Recensie: The Hungry Horde


Hoewel de PlayStation Vita met games als Persona 4: Golden, Ys: Memories of Celceta en Uncharted: Golden Abyss heeft laten zien een draagbaar beest te zijn dat epische verhalen op je scherm kan toveren, was de tweede handheld van Sony opvallend vaak het thuis van games die veel deden denken aan mobiele uitingen. Spellen als Men’s Room Mayhem en Jetpack Joyride, waarin je korte potjes speelde om objectives te voltooien. The Hungry Horde is net zo’n game.

Vermoedelijk gaf de naam het al weg, maar The Hungry Horde draait om zombies. Alleen moet jij ditmaal niet ontkomen aan de hersenvretende monsters, maar ze juist helpen om mensen te bekeren in willekeurig samengestelde levels. En zoals we in de inleiding al hadden geconcludeerd, zijn daarbij objectives die voltooid moeten worden.

Het probleem van willekeur

Levels die willekeurig worden samengesteld hebben hun voordelen, zoals dat het replay-waarde toevoegt, maar ook hun nadelen. Immers is het verdomd lastig leveldesign te beoordelen als het constant verandert. Toch had ik daar bij The Hungry Horde niet zoveel last van. Want hoewel er zeker een element van willekeur inzit, heeft de game slechts een handjevol stukken waar het per nacht uit kan kiezen. Het duurt daardoor niet lang voordat je precies weet waar te lopen om zo min mogelijk tijd te verspillen, hetgeen fijn is, daar de aftikkende klok je grootste vijand is.

Minigames voltooien die gaandeweg op je pad komen, mensen bekeren en door checkpoints rennen zorgen ervoor dat je de klok, die een inkomende nucleaire raket symboliseert, in het zwart kunt houden. Daarbij moet je echter wel voortdurend de afweging maken in hoeverre dat het waard is. Een mens levert bijvoorbeeld maar anderhalve seconde op, dus als je ze niet vrijwel direct kunt grijpen, komt je onder de streep in de min uit. En daar je tijd overgedragen wordt van level naar level, wil je graag niet op je tenen lopen als je de kans loopt dat een lastig stuk op je pad gaat komen. Sommige van de 150 objectives voltooien is daarom een behoorlijke uitdaging.

Mobiel feel

Dat willekeur en de objectives niet altijd zo goed samengaan is natuurlijk vervelend, maar geen reden om de game aan de schandpaal te spijkeren. Immers kun je je focussen op objectives en de highscores even laten voor wat ze zijn of juist op je punten letten en de rest gaandeweg zien gebeuren. Maar er is één probleem dat beide speelstijlen treft: de besturing.

In essentie is The Hungry Horde niet zo moeilijk als het op controls aankomt. Je beweegt je horde met de linkerstick, hebt vier power-ups onder de actieknoppen waarmee je bijvoorbeeld kogels afketst of sneller rent, gebruikt de schouderknoppen voor de camera en kunt de rechterstick gebruiken om je zombies te splitsen om meer grond te dekken. Maar met name dat tweede werkt lang niet altijd even lekker. De groene blokhoofden komen achter van alles vast te zitten en kosten je daardoor kostbare seconden die je eigenlijk niet kunt missen, hetgeen verder gefrustreerd wordt door een camera die soms wel en soms niet uit zichzelf draait. Gaandeweg leer je daarmee om te gaan, maar het is in principe niet de bedoeling dat de speler de tekortkomingen van de game moet compenseren. Mede hierdoor was ik vrij snel op het spel uitgekeken. Meer dan dat is het echter te wijten aan het geheel, dat simpelweg niet zo verslavend is als een Hungry Giraffe of Jetpack Joyride en daarom ook niet uitnodigt voor even een snel potje…dat vaak korter duurt dan de absurd lange laadtijden tussen runs door.

DLC

Dat ik persoonlijk niet erg gecharmeerd was van The Hungry Horde betekent natuurlijk niet dat het slecht is. Sterker nog: er was duidelijk een groot genoeg publiek voor, daar DLC voor de game is gemaakt. Deze DLC, genaamd Holiday Hijinx, voegt voor € 1,99 twee Kerstlevels toe, die behalve het uiterlijk eigenlijk niets veranderen aan het spel.

Leuke post? Drop een hartje

Score: 0/5 volgens 0 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Awesome Games Done Quick 2021 begint morgen

Recensie: Call of the Sea