in

Review: Grand Theft Auto: Vice City


Om maar direct met de deur in huis te vallen: ik behoor tot de minderheid die niet bijzonder warmloopt voor games van Rockstar. Hoewel de meeste van hun spellen wel in mijn verzameling prijken, is Grand Theft Auto: Chinatown Wars de enige die ik daadwerkelijk langdurig gespeeld heb. Andere spellen, zoals San Andreas, Liberty City Stories en tot voor kort Vice City, zijn ooit opgestart, maar wisten mijn aandacht niet vast te houden, terwijl spellen als Manhunt, Bully en Red Dead Redemption nog nooit hun cases hebben verlaten.

Doe de hooivorken weg aub

Als mij werd gevraagd wat mijn probleem met Vice City was, was mijn antwoord steevast een YouTube-video van de eerste cutscene opzetten. De voice acting, de dialogen, de manier waarop het verhaal loopt: er was maar weinig aan de eerste minuten van Vice City dat mij niet direct deed wensen dat ik iets anders aan het spelen was. Niet omdat het objectief gezien zó slecht is, maar omdat het mij persoonlijk simpelweg niet aanspreekt. Maar dan begint de game daadwerkelijk en krijg jij de besturing over Tommy Vercetti in een, voor PlayStation 2-standaarden, gigantische open wereld waarin je grotendeels kunt doen wat je wilt.

In het begin is het simpel: ga naar een bepaalde plek, sla een paar auto’s in elkaar en probeer uit handen van de politie te blijven. Je kunt er echter ook voor kiezen om deze opdrachten links te laten liggen en simpelweg te ontdekken wat de stad je te bieden heeft. Maar uiteindelijk zullen de meeste van ons toch terugkeren naar de missies.

Nog even geduld

Het duurt niet lang voor deze missies daadwerkelijk lastig en of zelfs borderline frustrerend worden. En daar is helemaal niets mis mee, ware het niet dat het zelden niet het spel zelf is dat het je moeilijk maakt. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat Vice City alweer richting de zeventien jaar gaat, maar dat is geen excuus voor de verschrikkelijk eigenwijze camera én het feit je die niet zelf kunt besturen. Juist in een sandbox game is dat broodnodig en daardoor is het onbegrijpelijk dat Rockstar heeft nagelaten om de besturing ervan over te dragen aan de speler.

Een ander pijnpunt zijn de physics; met name wanneer je in voertuigen zit. Auto’s en boten zweven soms – terwijl andere vreemd genoeg heerlijk besturen – meer over het pad dan dat ze rijden of varen, waardoor een aantal missies onnodig lastig wordt gemaakt. En gezien je vaak een stuk moet lopen of rijden om de missie opnieuw te activeren én moet wachten op de vrij pittige laadtijden, duurde het niet lang voordat ik de wanhoop nabij was en klaar was om mijn regels te breken. In een laatste poging om de missie Death Row te halen, schakelde ik echter de hulp van cheats in.

Cowabunga!

Volledig uitgerust met de beste wapens, een body armour en een Rhino-tank blies ik in no-time door Death Row heen. Het was toen dat ik me realiseerde dat ik Vice City altijd verkeerd gespeeld heb. Ik probeerde het spel te spelen ‘’zoals het moest’’. Netjes, voorzichtig en met alle gevolgen van dien. Maar het spel is veel leuker als je net als Vercetti alle regels aan je laars lapt.

In de uren die volgden werd het beeld dat ik van Vice City geschetst had eindelijk van kleur voorzien. Al rennend, schietend, scheurend en cheatend liet ik een spoor van vernieling en dode agenten achter, waarbij ik me eindelijk besefte wat de GTA-serie zo populair maakt. Het is niet de game, maar de wereld.

Uiteindelijk heb ik nog wel alle missies voltooid, inclusief de vele optionele missies in dingen als taxi’s en tanks – waarbij ik niet eens meer geprobeerd heb om volgens de regels te spelen – maar dat was vooral om mijn eigen regels na te leven. Het meeste plezier vind je namelijk in de kleine dingen, zoals wanneer je een helikopter vindt in een achtertuin, een leuke conversatie hoort op de autoradio, mee blèrt met de soundtrack of een spoor van dooie hoertjes achterlaat. Jezus, dat zijn een hoop dooie hoertjes…

Wat de game een klassieker maakt, is dat het voor diens tijd een spectaculaire open wereld had met enorme draw distance en bijna ongeziene vrijheid. En bij het recenseren moet je dat dus in perspectief plaatsen. Wat ik speelde was echter niet de PlayStation 2-versie, maar de re-release op PlayStation 4, hetgeen het een iets ander referentiekader geeft. Want zelfs als er aan het spel niets meer gewijzigd is dan de toevoeging van trophy support, dan nog mogen resultaten van oude technische beperkingen (zoals eerdergenoemde lange laadtijden) toch echt wel het veld ruimen. Met die twee punten in acht genomen, moet ik het spel toch echt lager waarderen dan ik ten tijde van de PS2 zou hebben gedaan.

Leuke post? Drop een hartje

Score: 5/5 volgens 1 gamers

Nog geen hartjes. First!

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Review: Bionic Commando

Days Gone-studio plant pre-productie nieuwe game